skip to Main Content
Vdh-artikel-Panorama-strak-in-het-pak

U komt altijd thuis …

Mocht u in het buitenland komen te overlijden, dan is de kans groot dat Dirk van Vuure u persoonlijk op komt halen. Zijn bedrijf Van der Heden BV is gespecialiseerd in het terugbrengen van dode mensen (zeg nooit ‘lijken’) naar Nederland.
Panorama-verslaggever Thomas Braun helpt Van Vuure een handje en leert alles over de etiquette van de lijkbezorging.

“Als er een overledene achterin ligt, ga je toch geen broodje in de auto eten?”

Waar ligt het lijk?” Dirk van Vuure (32) kijkt me verontwaardigd en Iicht geirriteerd aan. “Je bedoelt de overledene? Zij ligt nu in een ziekenhuis in Luik.” Vanwaar de verontwaardiging? Is ‘lijk’ een scheldwoord? “Dat soort woorden gebruik ik nooit. lk zeg ook niet ‘dooie’ of ‘lijkenauto’. Dat klinkt zo respectloos. En als ik een overledene achterin heb liggen, ga ik ook nooit een broodje achter het stuur zitten eten. Dat voelt niet goed. lk rijd ook altijd met gepaste snelheid linea recta naar de plaats van bestemming en ga dus ook niet stoppen bij een pompstation voor een bak koffie. Een terrasje pakken als het toevallig mooi weer is? Nee, niet als er iemand in mijn auto ligt!”
Dirk van Vuure neemt in de keuken van begrafenis- en crematieonderneming Van Vuure BV in Hilversum snel nog een slok van zijn koffie. Hij kijkt op zijn horloge terwijl op een poster aan de muur vier dragers op een kist zitten te wachten met de tekst: De wereld draait door. “Een programma van Youp van ‘t Hek”, licht Dirk toe.
Dirk heeft in het familiebedrijf de leiding over een bijzondere tak van arbeid: het ophalen van overledenen. Dat kunnen landgenoten zijn die in den vreemde de geest hebben gegeven en naar hun vaderland gebracht moeten worden of buitenlanders die hier zijn overleden en naar hun geboorteland vervoerd moeten worden. Kortom: Dirk haalt lijken op. Pardon, overledenen. Gezamenlijk zetten we een blankhouten kist – in de opslag van het bedrijf staan er talloze opgestapeld – in de auto. Op de kist staat gedrukt: Model 50, type H, maat 195. lk pas er dus in. Geruststellend idee. Nadat we buiten het deksel op de kist hebben geschroefd kan de trip beginnen. Nu zitten we nog met z’n tweeën in de auto, straks met z’n drieen. Een eng idee? Ach, hoe meer zielen, des te meer vreugd.
Dirk neemt zijn werk bloedserieus. Dat deed ie al ook toen hij op 16-jarige leeftijd in vakanties de auto’s van de onderneming waste en de tuin aanharkte. “Maar het stond toen nog helemaal niet vast dat ik hier uiteindelijk zou gaan werken. Ik wilde autosportfotograaf worden en ik heb dat beroep ook een paar jaar uitgeoefend.” In 1998, nam Van Vuure het bedrijf Van der Heden – dat gespecialiseerd was in het vervoer van overledenen – over. Dirk kwam op verzoek van zijn vader aan het roer te staan. Nu vervoert de Hilversummer al drie jaar overledenen. Dat doet hij in opdracht van alarmcentrales, begrafenisondernemers of particulieren. En terwijl we onderweg zijn om een levenloze mevrouw op te halen, vraag ik me hardop af wat de lol van dit werk is. “Ik houd van organiseren en daar draait het om in dit vak. Ik heb in feite een mini alarmcentrale en een netwerk dat samenwerkt met soortgelijke bedrijven over de hele wereld.” Een netwerk?
“Ja, het is natuurlijk logisch dat ik niet zelf de papieren in Azië kom tekenen of overledenen uit Australië ga ophalen. Dat regel ik vooral via mijn contacten. En dat betekent heel vee! bellen, mailen en faxen. In landen binnen Europa halen we meestal wel de overledene zelf op. Ook al omdat er in Europa weinig bedrijven zijn die in dit werk gespecialiseerd zijn.” En in Nederland? “Tn Nederland zijn we de enige. Er zijn wel begrafenisondernemingen die vervoer erbij doen, maar zij zijn niet gespecialiseerd. Gelukkig maar, want het is een kleine markt.”

‘Weet je wat we ook doen?’ ‘Lichamen opgraven … ‘

Wat moet een vervoerder van dode mensen precies weten en kunnen om dit vak uit te oefenen? Van Vuure: “Hij moet beschikken over een flink netwerk en over actuele kennis. Dit werk bestaat voor een wezenlijk deel uit een papieren winkel. Je moet toestemmingen regelen, vervoerspapieren binnenhalen, de overledene moet schriftelijk vrijgegeven worden, je moet aktes verkrijgen waarop staat dat iemand is overleden. Hoe dat allemaal precies werkt, zeg ik liever niet.Een kok gaat in zijn restaurant toch ook niet uitleggen hoe hij zijn gerechten klaarmaakt?” Inmiddels passeren we de grens met België. “Weet je wat we ook doen?”, vraagt Dirk zonder op een antwoord te wachten. “Lichamen opgraven.” Juist ja. “Dat is een extra service die we bieden. Het kan goed zijn dat de familie van een overledene verhuist of emigreert. Vaak willen ze dan dat een overleden familielid meeverhuist. Dat kan. En we werken ook in het buitenland. Laatst hebben we het vervoer van een Engelsman van China naar Groot-Brittannië geregeld. En een Rus die in Egypte was overleden hebben we naar zijn geboorteplaats gebracht. Ja, de mensen weten ons te vinden.” Dirk praat regelmatig op een haast klinische toon over zijn boeiende werkzaamheden. Doet het hem niets dat er straks een dode mevrouw in zijn auto ligt? “Mijn kijk op doden is heel anders dan bij andere mensen. Ik associeer doden niet met persoonlijk verdriet. Voor veel mensen is het naar, emotioneel, ellendig. Maar ik heb in mijn werk geen directe band met de overledenen. Ik moet wel toegeven dat ik me op afstand vaak betrokken voel. Bewust op afstand, want ik ben niet ingehuurd om mee te huilen.”

‘De dood is vaak dichtbij’

Is hij zelf eigenlijk bang voor de dood? “Ja. Jk wil niet dood, ik wil nog zoveel doen. Maar eerlijk gezegd ben ik niet zo vaak met de dood bezig.” Pardon? “Niet zoals jij bedoelt. Ik denk niet veel na over de dood. Ik geloof ook niet dat er iets is na de dood. De dood is wel vaak dichtbij. Als ik iemand ga ophalen die op wintersport is verongelukt, dan denk ik wel: dat soort dingen doe ik ook. Of iemand die in Spanje overlijdt tijdens zijn zomervakantie … Dat zie je trouwens vaak. Drukke mensen die voor hun rust naar de zon gaan en dan overLijden. Zo is bet ook gegaan met Willem Ruis en Piet Bambergen. Die hebben we allebei opgehaald.” Spannend, een BN’er in je achterbak. Dirk, schouderophalend: “Dat doet me niks.” Inmiddels komen de bordjes Luik in zicht. Alles loopt gesmeerd totdat we het centrum bereiken. “Mijn hemel!” roept Dirk. “De stad is toch groter dan ik dacht.” Hij moppert wat over de Belgische wegen en neemt in zijn frustratie ook de bureaucratie van de zuiderburen mee. Is het in Nederland dan allemaal zoveel beter geregeld? “Ja. In het buitenland is het nooit zo goed georganiseerd als bij ons. In Griekenland heb je bijvoorbeeld op sommige eilanden niet eens een mortuarium. Dan moet je dus heel snel een boot regelen die de overledene naar een eiland brengt dat wel een mortuarium heeft. En in Spanje moet een overledene binnen 24 uur begraven zijn. Daar moet je dus snel bij zijn!” Ach, zand erover, grap ik. Dirk kijkt me hoofdschuddend aan. “Weet je, ik maak dat soort grappen eigenlijk nooit.” Oeps.
“Ik werd laatst afgesneden, kwam ik die wegpiraat bij het pompstation weer tegen. Ik zeg: Pas maar op jij, straks lig je bij mij achterin. Ik heb nog plaats. Had ik meteen spijt van. Ongepast.” Dus in de begrafenissector wordt nooit gelachen? “Jawel hoor. Als het maar algemeen is en niet te persoonlijk wordt. Wij moesten een keer een overledene van Nederland naar Suriname vervoeren. Die man zat in het vliegtuig dat is neergestort in Zanderij. Die is dus twee keer overleden, heeft een collega toen gezegd. Ja, daar kon ik nog wel om lachen. Maar ook die is op het randje.” Dirk haalt voornamelijk doden op uit het buitenland, zodat de familie hier nog afscheid kan nemen. Dat geldt ook voor de nabestaanden van de vrouw die in Luik op ons ligt te wachten. lk vraag me af hoe zij er nu uit ziet. “Dat weet je nooit”, laat Dirk weten. “Heeft mevrouw een lang ziekbed gehad, is ze na een ongeluk overleden, heeft ze twee dagen in een broeierig hotel gelegen of in een mortuarium? Dat zijn zaken die de staat van het lichaam beïnvloeden. Maar eerlijk gezegd ben ik er nooit in geïnteresseerd hoe iemand er uitziet of wat de oorzaak van het overlijden is. Dat zijn mijn zaken niet.”

‘Het zal je gebeuren dat je de verkeerde meeneemt’

“Waar is in hemelsnaam de afdeling pathologie?” roept Dirk hardop als we het ziekenhuis in Luik naderen. Inmiddels grijpt hij in zijn binnenzak naar de papieren. “Die zijn van levensbelang'” zegt hij stellig. “Soms kom ik op Schiphol de getekende aktes afhalen en die zijn dan zoek! Dan krijg ik de overledene niet mee. Of de overledene is zelf nergens te bekennen. Dat komt voor. Hoeveel pakketten vervoeren ze daar niet? Dan gaat het weleens mis. Ik heb ooit een verhaal gehoord van een overledene die op het vliegveld tussen een lading sla terecht was gekomen. Hij was in de verkeerde goederenloods beland. Maar goed, alle lading is genummerd, dus uiteindelijk komt alles wel weer goed. In het verleden hadden we ook ooit een Nederlander vervoerd vanaf een Spaans eiland in een vliegtuig dat naar New York ging en een tussenstop maakte op Schiphol. De papieren waren in orde maar van de persoon in kwestie ontbrak op Schiphol ieder spoor. Die was inmiddels onderweg naar New York! Dan kun je de hele boel opnieuw gaan organiseren en regelen. Daarom zeggen we ook altijd: bestel de uitvaart en de advertenties niet voordat de overledene echt gearriveerd is.” Pathologie a droite. We zijn er. lk voel de zenuwen door mijn maag gieren want mogelijk moet ik straks helpen de dode vrouw in de kist te leggen. Voor Dirk een koud kunstje, maar ik ben als de dood! Onze passagier ligt klaar op een stalen plaat. Dirk, die in het bezit is van een foto van de overledene, bekijkt het lijk van dichtbij om te checken of hij de goede wel voor zich heeft. “Het zal je toch gebeuren dat je de verkeerde meeneemt,” zeg ik tegen Dirk. “Dat Is weleens gebeurd”, mompelt hij zachtjes, “van een andere uitvaartondememing heb ik gehoord dat ze de papiertjes verkeerd hadden geplakt …” Ik tel de aanwezigen. Vier man. lk hoef niet te assisteren. Godzijdank. Geroutineerd wordt de dode vrouw in de kist geladen, de deksel gaat erop, de kist belandt op een handig karretje en hup, de auto in. “Strak georganiseerd,” zegt Dirk tevreden als we de auto instappen. “Alles en iedereen stond klaar voor ons. Zo hoort het ook, deze mensen hebben hart voor de zaak”
We verlaten Luik en achterin ligt een vrouw van 53. Meer weet ik niet van haar. Waar is ze aan overleden? Dirk baalt de schouders op. “Ik wil dat helemaal niet weten. Alleen als het voor mij relevant is, qua vervoeren. Als iemand bij een verkeersongeval of misdrijf om het leven is gekomen moet ik weten of er contact geweest is met politie en justitie. Dat zijn voor mij belangwekkende zaken.” De Volvo vervolgt zijn weg. Zijn de rouwauto’s in het buitenland net zo chic? Dirk lacht. “In Aziatische landen wordt de overledene met een privé-auto gehaald. Dat is vaak gewoon een pick-up truck.” Dirk schudt zijn hoofd. “We waren ooit in Afrika, waar de koeling in het mortuarium het begaf. Die persoon mocht door de administratieve rompslomp nog niet in de gekoelde rouwauto gedragen worden. Hebben we de overledene in alle haast in een bak met ijs gelegd. Ja,je moet wat!” Intussen gaat de telefoon. Dirk overlegt met een begrafenisondernemer. “Ja, even over dossier 23003. Ik heb wat informatie nodig dat het vervoer kan versnellen. Die Fransen willen het beroep van de ouders weten… Ja, daar word ik ook moe van, maar ik moet het echt weten anders krijgen we mevrouw niet mee …. Wat zegt u? Ja, ik denk dat het thanapraxeren wordt…. Ja, dan is het lichaam beter houdbaar…. Sorry? Nee, het is niet echt nodig maar we! aan te raden …. Prima, als u de familie inlicht zorg ik dat het allemaal snel in orde komt. Goedemiddag.” “Het is druk,” laat Dirk weten. “We hebben nu ‘zaken’ lopen in Oostenrijk, Ghana, Italië, Portugal, Oekraïne, Frankrijk en Luik.” Luik? Dat is toch geklaard? “De klus is pas geklaard als de overledene is afgeleverd,” zegt Dirk streng. Dat gebeurt in Heerhugowaard, het rouwcentrum waar de 53-jarige mevrouw moet worden afgeleverd. Dat gaat al even vlot als het afhalen in Luik. Dirk haalt opgelucht adem. “Ik heb altijd spanning of het wel goed gaat allemaal. Of alles goed geregeld is.” Hij pakt de telefoon en belt de opdrachtgever. “Ik wil me even afmelden, die mevrouw van Luik is op het afgesproken adres.”

Bron: Panorama 2001
Download pdf

Back To Top
×Close search
Zoeken

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Bekijk onze Privacyverklaring. Meer info

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten